RIONED: Nieuwe, verhelderende notitie riolering van commissie BBV

13 december 2014 20:50 uur

In haar nieuwe notitie riolering verduidelijkt de commissie BBV onder meer de mogelijkheden voor de boekhoudkundige verwerking van investeringen. En het onderscheid tussen reserve en voorziening.

In november 2014 heeft de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) een nieuwe notitie riolering uitgebracht. Met deze notitie verduidelijkt zij het onderscheid tussen voorzieningen en reserves. Bovendien bevestigt de commissie dat investeringen geactiveerd moeten worden, maar gemeenten ze vervolgens zowel langjarig afgeschreven kunnen afschrijven als op de voorziening kunnen afboeken.

Reserve of  voorziening

In de praktijk blijkt dat veel gemeenten en accountants moeite hebben met het verschil tussen een voorziening en reserve. Volgens de commissie BBV zijn de (bestemmings)reserves die veel gemeenten nu hanteren feitelijk (gedeeltelijk) een voorziening. Door gebruik van de term ‘reserve’ suggereren zij ten onrechte dat de gemeenteraad een andere bestemming aan dit geld kan geven. Het principe is: rioolheffing die de gemeente ophaalt voor de riolering, blijft bestemd voor de riolering en hoort dus thuis in een voorziening. Wanneer een gemeente activiteiten niet uitvoert die wel begroot zijn, dan hoort het overblijvende geld aan het einde van het jaar in een voorziening thuis. Alleen als door aanbestedingsvoordelen geld overblijft, gaat dit naar een reserve of de exploitatie. Dit geldt overigens ook omgekeerd als een gemeente het projectbudget overschrijdt.

Omgaan met investeringen

Een gemeente moet investeringen altijd activeren, tenzij het gaat om nieuwaanleg die zij uit de grondexploitatie betaalt. Maar dit betekent niet dat zij investeringen ook altijd langjarig moet afschrijven. Een gemeente mag investeringen ook direct al dan niet gedeeltelijk op de voorziening afboeken (balansboeking). Hiermee geeft de commissie BBV duidelijk aan dat ook allerlei mengvormen mogelijk zijn. Denk aan deels langjarig afschrijven en deels uit de voorziening betalen.

Risico’s langjarig afschrijven

Stichting RIONED waarschuwt voor langjarig afschrijven. Dit geeft grote risico’s, omdat systemen over enkele decennia mogelijk niet meer in gebruik zijn door bijvoorbeeld klimaatontwikkeling, nieuwe sanitatie of het simpele feit dat de woonwijk gesloopt wordt. Op dat moment is directe afboeking van de resterende investering verplicht, wat tot zeer grote kostenposten kan leiden. Ook worden de kosten van rente en afschrijving uiteindelijk heel hoog. Daarbij is het de vraag of de rioolheffing op de lange termijn nog wel betaalbaar blijft. Nu een beetje meer rioolheffing betekent straks een stuk minder. Met een hybride verwerkingsmodel is een directer financiering aanzienlijk te vereenvoudigen en ook de overstap op de korte termijn betaalbaar te maken.

Ideaalcomplex

Als een gemeente de investeringen gelijkmatig kan spreiden, kan zij voor een ideaalcomplex kiezen. Dit betekent dat zij de volledige investering elk jaar afboekt op de voorziening en jaarlijks datzelfde bedrag uit de rioolheffing doteert aan diezelfde voorziening (die dus ongeveer leeg blijft). Een model dat de eerdergenoemde risico’s geheel voorkomt. Toch waarschuwt de commissie BBV voor de volledigeoverstap naar een ideaalcomplex. Dit heeft te maken met een voorlopige uitspraak in de ‘zaak-Nijmegen’. De gemeente Nijmegen heeft de overgang naar het ideaalcomplex zeer specifiek ingevuld. Hierdoor ontbreekt de volledige zekerheid of de rechter een volledige overstap naar ideaalcomplex accepteert. RIONED houdt u op de hoogte.

Bewuste keuze

De waarschuwing van de commissie BBV staat een bewuste keuze in de financiering van investeringen overigens niet in de weg. Volledige overgang naar ideaalcomplex is sowieso vaak lastig, omdat gemeenten al een flinke post kapitaallasten hebben opgebouwd. En voor meer hybride modellen geldt de waarschuwing van de commissie BBV niet. Een ander belangrijk punt is het vaststellen van de juiste gebruiksduur, want deze is zeker niet altijd gelijk aan de technische levensduur. Ook een niet-versleten buis kan niet meer functioneel zijn, bijvoorbeeld door systeemwijzigingen of de sloop van een woonwijk. Op al deze punten moet de gemeente(raad) een bewuste keuze maken. Rioleringsbeheerders en de afdeling financiën moeten hiervoor gezamenlijk goede en haalbare oplossingen moeten vinden.

Naar de nieuwe BBV-notitie riolering.

Lees ook het artikel ‘Eenvoudiger begroten en verantwoorden’.