Papendrechtse poep straks bron van energie

01 augustus 2019 18:49 uur

Papendrechters poepen en plassen binnenkort een stuk milieuvriendelijker. Het overschot aan bacteriën, dat vrijkomt bij de reiniging van het rioolwater, wordt dan afgevoerd naar een fonkelnieuwe vergistingsfabriek. In die fabriek wordt duurzaam biogas geproduceerd. Het waterschap Rivierenland is in het Brabantse Sleeuwijk begonnen met de bouw van die fabriek.

In de rioolwaterzuivering aan de Papendrechtse Willem Dreeslaan doen miljarden bacteriën ongezien hun werk. Ze breken het fijne vuil in het water af, vertelt Albert-Jan van As van het waterschap. ,,Het zijn stuk voor stuk tevreden medewerkers”, grapt hij: ,,Ze zijn nooit ziek en willen geen vakantie.” Sterker nog, ze gedijen zo goed op de ontlasting van de Papendrechters dat ze zich razendsnel vermenigvuldigen. Het overschot aan bacteriën krijgt straks in de vergistingsfabriek in Sleeuwijk een nuttige bestemming.

De resterende bacteriën doen hun werk onopgemerkt. Ze zitten in grote betonnen bunkers, die aan de bovenkant afgedicht zijn. Dat heeft een reden: de sterke rioollucht van vroeger is nagenoeg verdwenen: ,,Je ruikt hier niets meer.”

Bacteriënbunker

Het is de bedoeling dat het dak op de bacteriënbunker een nuttige bestemming krijgt. Het waterschap is van plan er zonnepanelen op te leggen. Dat zou in 2030 moeten lukken. Maar anno 2019 is er nog een klein probleem op te lossen: hoe plaats je zonnepanelen op een dak, maar houd je het bassin er onder bereikbaar? Van As: ,,Het is bijna nooit nodig, maar het dak moet er wel af kunnen.’’

Op het moment dat de bacteriën aan het werk gaan, is het grove werk al gedaan. Bij de binnenkomst, aan de kant van de weg, wordt het water eerst opgepompt, waarna het door een filter naar beneden stort. Alles wat groter is dan zes millimeter, blijft achter. Dode goudvissen, reinigingsdoekjes, maandverband, Van As kan het zo gek niet bedenken of hij komt het tegen. Geluk bij een ongeluk: het wordt allemaal samengeperst tot een dikke koek, waarin de bestanddelen nauwelijks herkenbaar zijn. Pas daarna wordt het afgevoerd naar de vuilverwerking.

Maar het zou het waterschap een lief ding zijn als die troep gewoon niet in het afvalwater zou zitten: dat maakt de zuivering goedkoper en efficiënter. Iedereen kan daar zelf aan bijdragen, weet Van As maar al te goed: gewoon door niets door gootsteen of wc te spoelen dat er niet in hoort. Waar regels voor het scheiden van huisvuil nog wel eens ingewikkeld zijn of veranderen, is de regel voor het vloeibare vuil simpel: ,,Als het geen water is en het komt niet uit je lijf, dan hoort het er niet in.’’

Dat blijkt ook bij de derde en de laatste fase van de zuivering. Het is de enige fase waar voor het publiek iets zichtbaars gebeurt. Mensen komen hier alleen als het nodig is. Bediening en toezicht vinden plaats in een meldkamer in Tiel, het hoofdkwartier van het waterschap. Maar wie als automobilist over de Merwedebrug rijdt, ziet boven twee cirkelvormige bezinkbassins iets traag ronddraaien. Hier zinken verontreinigingen naar de bodem, maar er zijn er ook die blijven drijven. ,,Vetten”, vertelt Van As verontwaardigd. Ze zijn afkomstig van mensen die hamburgers bakten of soep te veel hadden. Bron: ad.nl 28-7-19