Microverontreinigingen in ons water: hoe gevaarlijk zijn ze?

27 januari 2015 20:49 uur

Onlangs verscheen een belangwekkend STOWA-onderzoeksrapport over medicijnresten en andere microverontreinigingen in het water. Op vrijdag 23 januari jl. ontvingen Unievoorzitter Peter Glas (m.) en Hennie Roorda (r.), voorzitter van de bestuurlijke Uniecommissie ‘Waterketens en emissies’ het rapport uit handen van  STOWA-voorzitter Joost Buntsma. Tegelijkertijd met het rapport verscheen een overzichtelijke brochure.

Het rapport gaat onder meer in op aangetroffen stoffen en concentraties, de (mogelijke) effecten op mens en dier en op maatregelen om de emissies naar het watermilieu terug te dringen. Ook komen kort de beleidsontwikkelingen rond dit onderwerp aan bod.

>Download het rapport
>Download de brochure

De term microverontreinigingen (ooit aangeduid als ‘nieuwe stoffen’) is een verzamelnaam voor een grote groep stoffen met verschillende toepassingen en uiteenlopende chemische eigenschappen. De bekendste daarvan zijn geneesmiddelen, hormonen en bestrijdingsmiddelen. Ze komen in het watermilieu terecht bij productieprocessen, via urine en feces van mens en dier, bij bemesting of het spuiten van bestrijdingsmiddelen. Ook komen ze vrij bij het gebruik van persoonlijke verzorgingsmiddelen of andere consumentenproducten.

Rwzi’s
Veel microverontreinigingen komen uiteindelijk via het afvalwater op rwzi’s aan. Hier wordt een deel van de stoffen verwijderd (door afbraak en adsorptie aan actief slib). Wat niet wordt verwijderd, wordt met het effluent op het oppervlaktewater geloosd. Rwzi’s vormen daarmee een belangrijke route naar het oppervlaktewater, maar zeker niet de enige. Microverontreinigingen verspreiden zich ook via uit- of afspoeling van de bodem. Ze komen vanuit het buitenland met de grote rivieren mee, en ze verspreiden zich via de lucht.

Effecten
De concentraties van de aangetroffen stoffen in afvalwater, oppervlaktewater, grondwater en drinkwater zijn meestal laag. Ze liggen in de ordegrootte van nanogrammen tot microgrammen per liter. Effecten voor de mens (via drinkwater) zijn daarmee op dit moment onwaarschijnlijk, volgens de opstellers van het rapport. Maar de effecten voor waterorganismen moeten volgens hen wel serieus genomen worden. Juist omdat deze organismen vaak langdurig aan een cocktail van microverontreinigingen worden blootgesteld. Voor hormonen en een aantal hormoonverstorende stoffen zijn effecten overigens al veelvuldig aangetoond, ook in het veld.

Maatregelen
Er zijn volgens de onderzoekers verschillende mogelijkheden voor emissiereductie van microverontreinigingen. Aan de bron zelf, via technische maatregelen op rwzi’s en bij drinkwaterbereiding, of door bepaalde geconcentreerde deelstromen apart te behandelen. Via maatregelen op rwzi’s kunnen lang niet alle microverontreinigingen verwijderd worden. Ten eerste omdat dat met de huidige inzameling en zuiveringstechnieken niet helemaal lukt, maar ook omdat er andere emissieroutes zijn dan via het afvalwater, bijvoorbeeld vanuit het buitenland via de grote rivieren, via uitgereden mest of via de lucht.

Hotspots
Er is veel discussie over de vraag waar je maatregelen vanuit het oogpunt van  kosteneffectiviteit het best kunt nemen. Een belangrijk hulpmiddel bij het beantwoorden van die vraag, is volgens de onderzoekers een analyse van de zogenoemde hotspots van de emissie naar het oppervlaktewater. Het betreft die plekken waar de emissie zich vooral voordoet (zoals ziekenhuizen) en waar je door maatregelen de meeste reductiewinst kunt boeken. Voor humane geneesmiddelen wordt een methodiek voor een hotspotanalyse uitgewerkt. STOWA heeft in het verleden ook onderzoek gedaan naar deze hotspots.

Tot slot: De Unie van Waterschappen en de Vewin hebben recentelijk het ‘Plan van aanpak geneesmiddelen in de waterketen’ opgesteld en aangeboden aan de staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu. Hierin wordt ingezet op drie sporen: 1) probleemanalyse (hoe erg is het?), 2) bronaanpak (hoe kunnen we voorkomen dat de stoffen in de waterketen komen?) en 3) ketenaanpak (waar kunnen maatregelen het beste genomen worden?). Al deze drie sporen zouden tegelijkertijd aangepakt moeten worden. Uit de bijlage bij het plan van aanpak wordt duidelijk dat de waterschappen en drinkwaterbedrijven al veel doen en hebben gedaan in die richting. STOWA was ook betrokken bij het opstellen van dit plan. Bron: Stowa 27 Jan 2015.