Grote juridische speelruimte bij aquathermie

13 november 2019 07:15 uur

De huidige juridische regels bieden waterbeheerders en drinkwaterbedrijven veel ruimte om de mogelijkheden van aquathermie te benutten. Het is wel belangrijk dat zij beleidskeuzen goed onderbouwen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht.

De aandacht voor het winnen van warmte of koude uit water is sterk aan het toenemen. Maar wat zijn de juridische aandachtspunten waarmee de zogeheten bronhouders (drinkwaterbedrijven, gemeenten, Rijkswaterstaat en waterschappen) rekening moeten houden? Dat heeft het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL) van de Universiteit Utrecht onderzocht in samenwerking met Netwerk Aquathermie. De opdracht ging uit van drinkwaterbedrijf Dunea, het kenniscentrum STOWA en Rijkswaterstaat.

De conclusie is dat er een grote juridische speelruimte bestaat om de mogelijkheden van aquathermie te benutten. De bestaande wet- en regelgeving zoals de Warmtewet legt bronhouders nauwelijks een strobreed in de weg. Zij hebben veel vrijheid om eigen beleid te maken. Overheden kunnen zelf bepalen in hoeverre ze een actieve rol willen spelen. Zij kunnen kiezen welke projecten ze ondersteunen, maar mogen ook een meer afwachtende houding innemen. Daarnaast is het toegestaan dat overheden zelf warmte produceren, distribueren en leveren.

Verschillen bij mogelijkheden
De onderzoekers van UCWOSL hebben drie projecten met thermische energie uit respectievelijk afvalwater, drinkwater en oppervlaktewater onder de loep genomen. Aan de hand van de juridische uitdagingen in deze cases komen zij tot de volgende constateringen over de mogelijkheden van de verschillende partijen:

• Gemeenten, provincies en het Rijk kunnen zonder meer het realiseren of stimuleren van aquathermie als publieke taak aanmerken.
• Rijkswaterstaat heeft vooral een faciliterende rol bij de totstandkoming van aquathermie.
• Waterschappen kunnen deze activiteiten risicoloos ontplooien, als die bijdragen aan de doelmatige vervulling van hun wettelijke taken. Willen waterschappen aquathermie stimuleren vanwege de transitie naar een duurzaam energiesysteem, dan komen zij in een grijs gebied terecht. Het risico bestaat dat hun besluiten met succes aangevochten kunnen worden.
• Drinkwaterbedrijven kunnen zich bezighouden met aquathermie, op voorwaarde dat deze activiteit financieel en administratief gescheiden blijft van de vervulling van hun taken op basis van de Drinkwaterwet.

Beleidskeuzen goed onderbouwen
Deze overheden en bronbeheerders kunnen zelf een rol op zich nemen in de warmteketen, andere partijen inschakelen of partijen ondersteunen die aquathermie van de grond willen krijgen. Zij staan daarbij voor de uitdaging om beleid te ontwikkelen over hoe ze van hun juridische mogelijkheden gebruik willen maken. Het is belangrijk dat hun beleidskeuzen goed worden onderbouwd en de samenwerking met andere partijen transparant is, schrijft Joost Buntsma (directeur van STOWA) in het voorwoord van het onderzoeksrapport. Dit betekent volgens hem dat bestuurders de vraag moeten beantwoorden op welke wijze zij hun water willen inzetten als duurzame warmtebron en in hoeverre zij hierin zelf willen sturen.

De onderzoekers doen de aanbeveling om een rol te kiezen die past bij de beschikbare capaciteit. Wie een meer actieve rol bij het realiseren van aquathermie wil spelen, moet over de nodige technische, financiële en juridische expertise beschikken. Een andere raad is om zorgvuldig naar de financiering te kijken. Een bijdrage van 35 miljoen euro aan een project is goed denkbaar. Wel geldt dat hoe groter de bijdrage aan een project is, hoe zwaarder de procedure en strenger de eisen zijn. Enige terughoudendheid is wenselijk, aldus de Utrechtse onderzoekers. Bron: h2owaternetwerk.nl 12-11-19