Code rood voor wegen- en rioleringsaannemers

12 oktober 2020 15:34 uur

De openbare aanbestedingen voor wegen- en rioleringswerken zijn na het bouwverlof zo goed als stilgevallen. De orderboeken van de wegenbouwers slinken (ze zijn ondertussen één derde lager dan normaal), de onzekerheid in de sector neemt toe. VlaWeBo (Vlaamse Wegenbouwers) roept de aanbestedende overheden op om na de ‘coronadip’ het aanbestedingsritme snel weer op kruissnelheid te brengen. Er mogen zeker geen beschikbare middelen verloren gaan.

Snel nieuw normaal

De wegenbouwsector is na de uitbraak van covid-19 nooit helemaal stilgevallen en was in minder dan drie weken na de totale lockdown van half maart 2020 al voor 90% opnieuw actief. Op heel korte tijd organiseerden de wegenaannemers zich om coronaproof verder te werken of stilgevallen werven weer op te starten. Door onder meer creatieve oplossingen voor de uitvoering van bepaalde activiteiten werden de veiligheids- en hygiënemaatregelen op de werven op ieder ogenblik nagekomen. Met de opdrachtgevers werd ook heel snel een afsprakenkader opgemaakt over hoe er kon worden doorgewerkt, zij het ‘in coronamodus’. Sommige werken startten zelfs op vraag van de bouwheren eerder op dan gepland omwille van de gunstige omstandigheden van mobiliteit en ook het weer zat mee.

Orderportefeuille één derde minder

Maar deze doorstart en de verdere continuïteit lopen nu mis. Het aanbod aan opdrachten is momenteel ruim onvoldoende. De calculatoren bij de bedrijven geraken zonder werk. De wegenbouwers zijn genoodzaakt om al verder weg buiten hun normaal werkterrein naar opdrachten uit te kijken en in te schrijven voor andere dan hun gewone werken. Ook heel wat private opdrachten staan door de coronacrisis ‘on hold’ of zijn uitgesteld. Daardoor zijn er nu vaak veel meer inschrijvers voor een opdracht: 10 tot 15 bieders zijn geen uitzondering. Prijsdruk – een daling van de inschrijvingsprijzen van al ruim 10% – is het onvermijdbare gevolg. De prijszetting in de wegenbouw is immers in hoofdzaak gedreven door vraag en aanbod en bij de meeste openbare aanbestedingen wordt de opdracht aan de laagste bieder toegewezen.
De orderboeken zijn intussen al één derde lager dan gemiddeld op dit tijdstip van het jaar. De aanbestedingsmarkt is uit evenwicht en dat leidt verder tot een neerwaartse spiraal: bedrijfsinvesteringen worden uitgesteld, verlies van goede werkkrachten die binnen afzienbare tijd, indien nodig, weer niet zo makkelijk opnieuw gevonden kunnen worden,…

Beloofde inhaalbeweging

Toch bevestigen de aanbestedende overheden van wegen- en rioleringswerken bijna unaniem dat hun budgetten en investeringsprogramma’s voor dit jaar niet gewijzigd worden door corona. De vooropgestelde jaardoelstellingen blijven klaarblijkelijk zo goed als intact.
Een beperkte achterstand en tijdelijke vertragingen in het aanbestedingsritme zijn te wijten aan procedures die bemoeilijkt werden na de uitbraak van covid-19: overlegmomenten tussen meerdere mede-opdrachtgevers en instanties, beslissingen via colleges en gemeenteraden, de overgang naar- en gevolgen van thuiswerk. En daarnaast blijven de omgevingsvergunning en de onteigeningen grote knelpunten in de doorstroming van wegen- en rioleringsprojecten.
Voor de aannemers telt uiteraard in de eerste plaats het volume werken dat effectief op de markt komt. De vooropgestelde inhaalbeweging moet er dan ook nu wel heel dringend komen. En in ieder geval mogen geen voorhanden en voorziene middelen voor de sector verloren gaan of onbenut blijven.

Maar wat met de gemeentelijke investeringen?

Nog het meest zorgwekkend zijn voor VlaWeBo de signalen over de impact van de coronacrisis op de lokale financiën. Het is cruciaal dat de gemeentelijke investeringen op peil blijven want zij zijn sterk bepalend voor de conjunctuur in de wegen- en rioleringssector. Er zijn niet enkel de eigen gemeentelijke werken maar in de meeste projecten is er een gemeentelijk aandeel en is de gemeente tussenkomende partij. De realisatie van opdrachten van andere opdrachtgevers is op die manier dikwijls afhankelijk van dat gemeentelijk deel. Lokale besturen zijn goed voor bijna de helft van de publieke investeringen.
De lokale besturen meldden eind juli voor dit jaar al een kost van de coronacrisis van 280 miljoen euro te wijten aan onverwachte uitgaven en misgelopen ontvangsten. Bovendien is er grote onzekerheid over de langere termijn. De vermindering van fiscale ontvangsten (aanvullende personenbelasting en onroerende voorheffing) zal zich vooral laten voelen in 2021 en 2022 en mogelijk nog in 2023.
VlaWeBo vraagt dat lokale besturen hun investeringen niet vertragen of uitstellen. Integendeel, het inzetten op investeringen zal de relance en de economie ondersteunen en voor groei zorgen. Bron: bouwenwonen.net