Pleidooi voor nationaal kennisprogramma bodem

08 april 2016 07:36 uur

Door de slappe veen- en kleibodem hebben grote delen van West- en Noord-Nederland te kampen met bodemdaling. Dit leidt tot verzakking en waterproblemen, met alle gevolgen van dien.

Het Platform Slappe Bodem, STOWA en Provincie Zuid-Holland hebben daarom samen met andere organisaties een plan opgesteld voor een nationaal kennisprogramma bodemdaling. Met de ‘Verklaring van Madurodam’ die op 31 maart tijdens het Nationaal Congres Veenbodemdaling aan Kamerlid Eric Smaling (SP) is aangeboden, hebben zij hun intentie nog eens onderstreept. In dit plan van aanpak stellen de partners voor om een kennisprogramma bodemdaling te ontwikkelen, onder lokale regie van gemeenten, waterschappen en provincies. Hierbij vormen zij, samen met maatschappelijke partners, kennisinstellingen en marktpartijen, een innovatienetwerk en drie zogenoemde leeromgevingen. Hierin zoeken de partijen naar oplossingen en wordt kennis ontwikkeld die ook relevant is voor anderen. Er komt een leeromgeving ‘stedelijk gebied’, een leeromgeving ‘landelijk gebied met kleine kernen’ en een leeromgeving ‘landelijk gebied met (voornamelijk) landbouw’. De gemeenten Gouda en Woerden en de provincie Zuid-Holland bieden aan om de eerste leeromgevingen te huisvesten.

Uitvoeringsgericht

In de leeromgevingen worden kennisontwikkeling en kennisuitwisseling verbonden aan een uitvoeringsgerichte aanpak van maatschappelijke opgaven. De bedoeling is dat tijdens de looptijd van het kennisprogramma ook andere overheden in andere bodemdalingsgevoelige gebieden van Nederland gastheer van een leeromgeving zijn. Zo krijgen initiatiefrijke overheden de mogelijkheid om kennis die in de leeromgevingen wordt opgedaan, te delen met anderen en ontstaat een betrokken netwerk.

Verkenningsjaar

Bestaande initiatieven vormen de basis voor het kennisprogramma. De verantwoordelijkheid voor die initiatieven blijft ook in de regio. De behoefte om de bovenregionale en landelijke afstemming vorm te geven en gezamenlijk ontwikkelingen die de lokale capaciteit overschrijden in gang te zetten, moet ingevuld worden in samenwerking met het Rijk. 2016 is te beschouwen als verkenningsjaar om samen ervaring op te doen en om meer kennispartijen, marktpartijen, maatschappelijke partijen, andere regio’s en overheden (inclusief rijk) bij het kennisprogramma te betrekken. Gezien de looptijd van onderzoeken heeft het programma een looptijd tot ten minste 2020. Tussentijds zal evaluatie plaatsvinden.

Bron: STOWA